Stand van zaken eind augustus 2026, PME biedt extra inflatiebescherming in eerste jaren na invaren
Onderstaande artikel is overgenomen vanuit pensioen pro
Gepubliceerd: 27 augustus 2026
Invaar beschikking
Pensioenfonds PME heeft de invaarbeschikking gekregen van DNB. Opvallend in de aangepaste invaarplannen is dat het fonds onverwachte inflatie gaat opvangen met de solidariteitsreserve.
Dat blijkt uit een aangevuld addendum op het transitieplan dat het fonds heeft gepubliceerd en een toelichting door voorzitter Alae Laghrich.
Het fonds van de metaal- en techindustrie stond per eind juli op een dekkingsgraad van ruim 129%. Bij die stand zit er een ruime invaarbonus in het vat, zo rond 15%, deels afhankelijk van de leeftijd. Invaren staat gepland per 1 januari 2027.
Na de initiële invaarbonus worden de Wtp-uitkeringen jaarlijks aangepast. De algemene verwachting in de pensioensector is, dat eventuele verhogingen zeker in het begin beperkt zullen zijn.
Dat heeft te maken met de beperkte hoeveelheid zakelijke waarden waarin gepensioneerden beleggen, zo’n 35% bij PME, maar ook met de gespreide toekenning van de beleggingsresultaten. Bij PME worden die over drie jaar uitgesmeerd. Dat betekent dat in het eerste jaar slechts een derde van een positief resultaat zal worden toegevoegd aan de uitkering. Eerder was bij koploperfondsen al te zien dat hierdoor de inflatie niet werd bijgehouden in het jaar na invaren.
Onverwachte inflatie
Sociale partners bij PME hebben nu het opvangen van ‘onverwachte inflatie’ als nieuw doel van de solidariteitsreserve opgenomen. Zodra de inflatie boven ongeveer 2% komt, wordt maximaal de helft van het deel van de reserve boven 3% toegekend. Die toekenning is aan alle deelnemers (gepensioneerden, actieven en slapers), volgens het fonds ‘om de evenwichtigheid te bewaren’.
‘We kunnen hierdoor deelnemers tegemoetkomen op het gebied van koopkracht, ook in het begin, als het spreidingsvermogen nog laag is. Dat is goed voor het vertrouwen in het stelsel’, aldus Laghrich. ‘Het betekent dat we in de periode na invaren wellicht wat goed nieuws hebben, met name als daar behoefte aan is, bij hogere inflatie’, zegt ook strategisch adviseur van het fonds Paul Duijsens.
Het mechanisme zal alleen in de eerste jaren werken. PME vaart namelijk in met een initiële vulling van de solidariteitsreserve van 5%, maar aanvullen van die reserve in de latere jaren gaat slechts tot 3% – dat is het niveau waar het fonds langjarig naar streeft. Omdat het piekinflatiemechanisme alleen werkt als er méér dan 3% in de reserve zit, zal het naar verwachting na enige jaren niet meer in actie komen. Maar dan is het fonds wel over de hobbel heen van de eerste jaren met een laag spreidingsvermogen.
Er zijn maar weinig fondsen die de wettelijke mogelijkheid benutten om de solidariteitsreserve voor onverwachte inflatie in te zetten. Een reden is onder meer de vrees, dat een dergelijk mechanisme de beperkte reserve snel zal uitputten en dus langjarig niet effectief zal zijn. PME mikt dus ook nadrukkelijk alleen op een effect in de eerste jaren.
Verhoging deels gelijk voor iedereen
Pensioenfonds PME en de sociale partners hadden een voorkeur voor een uniforme verhoging bij invaren, omwille van de uitlegbaarheid. Bij hoge dekkingsgraden leverde dit echter minder evenwichtige uitkomsten in termen van netto profijt, aldus Duijsens – voor ouderen werd het te hoog en voor jongeren corresponderend lager.
Als compromis wordt nu bij de eerste 10% van de invaarbonus uniform uitgedeeld (spreidingstermijn één jaar), en de rest leeftijdsonafhankelijk (spreidingstermijn tien jaar). Binnen de groep gepensioneerden krijgt sowieso elke deelnemer dezelfde verhoging, wat mogelijk wordt gemaakt met een bestuurlijke herverdeling.
5% of 3%
Bij PME vindt de keuze hiervoor zijn oorsprong in de beslissing van sociale partners om de reserve bij invaren te vullen tot 5%. Maar later, na berekeningen, concludeerde het fonds dat, gegeven de doelen voor de reserve, 3% voldoende was.
Dat leverde ‘uitgebreid overleg’ op met sociale partners, geeft Laghrich toe. ‘Daar zijn we goed uitgekomen, met de afspraak dat we de komende periode wel in de gaten houden of het inderdaad werkt met die 3%.’
Er had vervolgens besloten kunnen worden om de initiële vulling dan ook tot 3% te beperken, maar uiteindelijk is ervoor gekozen om het verschil tussen die 3% en 5% later uit te betalen. Het eerste plan was om in de eerste twee jaar simpelweg extra uit te delen uit de solidariteitsreserve. Dit stuitte echter op juridische bezwaren van DNB. ‘Dit mocht echt niet, de reserve is bedoeld voor onverwachte tegenvallers’, verklaart Laghrich. Daarop is het oog gevallen op de mogelijkheid om uit te delen bij onverwachte inflatie. ‘Uiteindelijk een mooie oplossing’, vindt Laghrich.
PME beheert zo’n €60 mrd voor ongeveer 630.000 deelnemers in de sector Metalektro.
Afspraken met bedrijven om geen doorsneecompensatie te missen
De twee grote metaalfondsen PME en PMT varen op verschillende data in, waardoor de kans bestaat dat een overstappende deelnemer doorsneecompensatie misloopt of juist dubbel krijgt.
Op individueel deelnemersniveau is dit niet te voorkomen, aldus Laghrich – het enige wat fondsen kunnen doen is duidelijk communiceren. ‘De hele sector heeft gezocht naar oplossingen hiervoor, niet alleen wij. Binnen het systeem zoals het nu is opgezet kunnen we niet alsnog compensatie regelen voor iemand die dit misloopt door een overstap.’
Wél hebben PMT en PME afspraken gemaakt om dergelijke situaties op het niveau van ondernemingen te voorkomen. ‘Er zijn ondernemingen die van sector wisselen en dan ook overgaan van PMT naar PME of andersom. We maken tussen de twee fondsen en met de ondernemingen afspraken, om te voorkomen dat bedrijven met al hun werknemers géén compensatie krijgen, of juist dubbel.’
Voor individuen is spreiding van de compensatie ook geen oplossing, stelt Laghrich. ‘Dat zou alleen goed uitpakken, als het op pensioensectorniveau gebeurt. Maar vrijwel alle fondsen delen de compensatie in een keer uit bij invaren. Als wij het als enige fonds doen, leidt het tot veel overcompensatie door ons van mensen die de volledige compensatie al elders gehad hebben.’
Stand van zaken juli 2026 betreft invoering nieuwe pensioenwetgeving (WTP)
PME is van plan om per 1 januari 2027 de nieuwe pensioenwetgeving WTP in te voeren. Op 8 juli is er een overleg geweest van de Pensioencommissies VG PME, VG Siemens en VG Océ met het PME bestuursbureau. Roel Wilms en Paul Duijsens van het bestuursbureau PME hebben heel helder en open de stand van zaken van de discussies met DNB uitgelegd voor het verkrijgen van de goedkeuring van DNB voor het transitieplan en de invoering (“invaren”) per 1 januari 2027.
PME is door DNB gevraagd om het oorspronkelijke transitieplan aan te passen, omdat niet alle “standaardregels” waren gevolgd en de berekeningen voor de evenwichtigheid tussen alle deelnemers ( werknemers, ex-werknemers en gepensioneerden) niet waren gemaakt op het door DNB gehanteerde “Netto profijtbeginsel”.
Daardoor is het transitieplan op een aantal punten veranderd, zoals onder andere: de behandeling van de Solidariteitsreserve en de compensatie voor jongere actieven en slapers dient te worden verhoogd.
Op 9 juli is het aangepaste plan behandeld in de bestuursvergadering van PME. Het Verantwoordingsorgaan PME heeft ook al ingestemd met het voorstel.
Er komt indien mogelijk een reguliere indexatie per 1-1-2027 en een inhaalindexatie voor alle deelnemers. De hoogte hiervan is volledig afhankelijk van de dekkingsgraad per 31 december 2026. Daarom is invaren ook voor de gepensioneerden interessant.
Op basis van de huidige dekkingsgraad per 10 juli van ongeveer 129% is voor alle deelnemers een verhoging van de pensioenen of aanspraken mogelijk. Om in deze onzekere tijd te zorgen dat de dekkingsgraad om en nabij minimaal 125% blijft heeft PME de rentedekking verhoogd naar 80% en de meest risicovolle aandelen in portefeuille afgebouwd.
In de herfst van 2026 zal elke deelnemer, dus ook alle gepensioneerden nader worden geïnformeerd wat de invoering van de WTP voor hem of haar persoonlijk gaat betekenen. Voorts heeft de pensioencommissie een uitgebreide vragenlijst gestuurd naar PME over de datasecurity bij PME en beveiliging van de systemen voor het waarborgen van de continuïteit van de uitkeringen. De vragen zijn door PME samen met de pensioenuitvoerder TKP naar tevredenheid beantwoord geven vertrouwen dat dit goed is geregeld.
Overleg PME
De pensioencommisie heeft halfjaarlijks een overleg met een bestuursdelegatie van het pensioenfonds PME om te overleggen over de gang van zaken bij PME.
In het overleg van de pensioencommissie met het bestuur van PME op 28 november 2025 is naar voren gekomen dat ook de datum van 1 januari 2027 onder druk staat. Daarom is tot een directiewisseling in het uitvoerend bestuur van PME besloten, waarbij Alae Laghrich is benoemd tot nieuwe voorzitter van het uitvoerend bestuur en Eric Uijen tot Project Director WTP om de overgang naar de WTP in goede banen te leiden.
Invaren op de geplande datum heeft de hoogste prioriteit, daarom wordt ook gewerkt aan een noodscenario (fall back positie). Er wordt thans door PME over enkele delen van het Transitie-/Implementatieplan nog intensief overleg gepleegd met De Nederlandse Bank (DNB) om in april 2026 de goedkeuring van DNB te krijgen.
In onze nieuwsbrief van december 2025 hebben wij u daarover uitvoerig geïnformeerd.
Wet toekomst pensioenen
Op 3 september 2024 heeft de pensioencommissie het laatste overleg gehad met de vakbonden en werkgevers in de Raad van Overleg Metalektro (ROM) in het kader van het “hoorrecht”. Wij zijn tevreden over het overleg waarin wij onze standpunten helder hebben kunnen maken en antwoord hebben gekregen op de vragen die wij hadden over het concept Transitieplan voor de geplande overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Een aantal van onze opmerkingen zijn in het Transitieplan verwerkt, maar andere ook niet. Het Transitieplan is na toevoeging van een z.g. addendum begin 2025 goedgekeurd door werkgevers en vakbonden en PME is verzocht een Implementatieplan te maken en per 1 januari 2026 uit te voeren. De pensioencommissie heeft ook het implementatieplan van PME bestudeerd en daarop commentaar gegeven dat grotendeels is overgenomen.